Excellenties, beste gasten, een goede avond en welkom in Fort Amsterdam om het nieuwe jaar met elkaar in te luiden.
Het is een bijzondere tijd om hier met u samen te komen. De gebeurtenissen van het afgelopen weekend in Venezuela brachten met zich de nodige spanning en onzekerheid voor ons hier op Curacao, maar wij hielden het hoofd koel, althans dat hebben wij zoveel mogelijk geprobeerd. Gelukkig duurden de gevolgen hiervan niet lang en staan wij hier samen en veilig bij elkaar. In dit verband wil ik de aanwezigheid van onze Minister van Defensie, de heer Brekelmans, erkennen en hem extra Bon Bini heten. Zijn aanwezigheid onderstreept het belang van het Koninkrijksverband en de randvoorwaarden die het biedt zodat wij zijn en ons ook veilig kunnen voelen. Juist in tijden als deze realiseren wij ons hoe belangrijk het is voor een kleine landen als Curacao, om deel uit te maken van een groter geheel; het Koninkrijk der Nederlanden.
Alvorens door te gaan met de verwachtingen voor 2026, eerst een terugblik.
Een terugblik
Terugkijkend op 2025 mogen we zeggen: Curaçao heeft krachtig een jaar achter de rug. Onze economie is gegroeid, toeristen hebben ons eiland in grote getalen weten te vinden en er zijn nieuwe investeringen gedaan. Daarnaast heeft Curaçao als kleinste land ter wereld ooit weten te presteren wat niemand ooit had durven te dromen: een kwalificatie voor het WK voetbal! Ik kijk met u allen uit naar de voortzetting van dit geweldige avontuur.
Ook in de cijfers zien we vooruitgang, maar belangrijker nog: we voélen het in de energie van het eiland. We kunnen de positieve vibraties aanvoelen. De trots waarmee we onze cultuur delen en de creativiteit waarmee ondernemers nieuwe kansen vinden — dát is de kern van onze vooruitgang. Ik ben dankbaar dat wij al deze dingen in vrede hebben kunnen verwezenlijken, ondanks de onrust om ons heen.
Uitdagingen
U hebt vandaag bij uw ontvangst hier in het Paleis een aantal kunstwerken kunnen bewonderen van Curaçaose kunstenaars. Deze vormen een selectie uit de expositie “Despensa i Pordon” uit het Curaçaos Museum. Deze is tot 10 januari te bezichtigen. Een belangrijke aanleiding voor deze tentoonstelling is de excuses voor het slavernijverleden door minister-president Rutte en Koning Willem-Alexander. Daarbij sprak de heer Rutte de woorden: “We delen niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Dus zetten we vandaag een komma, geen punt.”
Dit uitgangspunt wil ik vandaag centraal stellen in deze toespraak. Want naast onze vooruitgang moeten wij niet blind zijn voor ons verleden noch de grote uitdagingen waarvoor Curaçao staat in de toekomst. 2025 liet ons namelijk óók zien welke uitdagingen zich scherper beginnen af te tekenen. In deze tijd na de komma moeten wij ons verleden erkennen en erover reflecteren ten behoeve van ons heden om zo goed voorbereid te zijn op onze toekomst en op die manier voor onszelf een duidelijk en onderbouwd plan te hebben voor de toekomst. Het is namelijk ónze verantwoordelijkheid ónze toekomst vorm te geven. Dit hoeven wij niet noodzakelijkerwijs alleen te doen, maar wij zijn aan zet om bewust richting te kiezen en dit pad vastberaden te bewandelen.
Zo heeft de economie in het afgelopen decennium een belangrijke transitie doorgemaakt: van industrie naar toerisme. De tourismesector heeft ons over de jaren veel gebracht, maar zo’n sterke focus maakt ons ook kwetsbaar. Als één sector onze welvaart draagt, ontstaat er een risico dat onze fundamenten ernstig trillen bij schokken — geopolitiek, internationale economie, of zelfs eenmalige gebeurtenissen. Ook vraagt deze transitie een andere opstelling van onze burgers. Een diensteneconomie vraagt namelijk om een meer dienstverlénende (dit kan dienstbaar zonder dienstig te zijn) opstelling van onze samenleving. Het gaat om het achterlaten van een ‘lasting impression’ bij de gasten die ons bezoeken. Daarbij moeten wij ook onze authenticiteit als land en als volk bewaken. De verleiding bestaat om te groeien om het groeien en daarbij hetgeen te verliezen dat ons het meest onderscheid van anderen, terwijl ons erfgoed en onze historische waarden ons uniek hebben gemaakt. Dat is óók een deel van onze aantrekkingskracht. Dit is onze verantwoordelijkheid.
Dit geldt ook voor ons milieu en de natuur. Ons prachtige eiland is ons grootste bezit. De groene natuur, blauwe wateren en de dieren om ons heen. Dit bezit schept echter ook verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Voor de overheid, maar net zo goed voor ons allemaal. Niet alleen omdat natuur mooi is om te bekijken, maar nog belangrijker omdat wij ervan afhankelijk zijn voor ons succes en de leefbaarheid van onze wijken. Vervuiling bedreigt de toekomst van onze kusten en natuur. Als hier op de kortere termijn niet de juiste stappen worden gezet bedreigen wij onze eigen toekomst voor de langere termijn. Dit is onze verantwoordelijkheid.
Sociale vooruitgang bereikt ook nog niet iedereen. Sommige burgers hebben meer moeite de vruchten van onze welvaart plukken en te profiteren van de vrede waarin wij leven. Ongelijkheid en armoede drukken nog altijd te zwaar op te veel gezinnen. Veiligheid voor vrouwen is in onze gemeenschap nog onvoldoende gegarandeerd. Formele banen groeien minder hard dan informele, en sociale voorzieningen zoals de zorg en ouderdomsvoorzieningen staan onder druk. We moeten niemand achterlaten op onze weg naar groei en vooruitgang. Dit is onze verantwoordelijkheid.
Laten wij daarom eerlijk zijn: als wij de uitdagingen van vandaag niet recht onder ogen zien, dan bouwen we een toekomst niet op de stevige rotsgrond van ons eiland, maar op het losse zand van onze stranden.
De blik vooruit
Maar, en dit is mijn diepste overtuiging, Curaçao is sterker dan het kwetsbaar is. Want in diezelfde cijfers, in diezelfde ontwikkelingen, zitten ook enorme kansen. We hebben een toerismesector die floreert. Maar we hebben óók een ontwikkelende creatieve industrie, een digitale sector die voorzichtig vorm krijgt, een energiesector die verder kan vergroenen, en een midden- en kleinbedrijf dat dankzij betere toegang tot financiering meer kan ruimte krijgen om te groeien.
Deze ontwikkeling kan deels op eigen kracht, maar ook in Koninkrijksverband kunnen wij meer dan we denken. De Caribische partners binnen ons Koninkrijk (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Statia) kunnen van elkaar leren en elkaar ondersteunen op gebieden waar de één al verder is ontwikkeld dan de ander. Elkaar gericht om hulp vragen is een teken van kracht en zelfverzekerdheid, niet van zwakte. Ook Nederland kan benut worden als partner, waarbij voorbereiding, eigen verantwoordelijkheid en concrete toekomstplannen een vruchtbare voedingsbodem scheppen voor een gelijkwaardige samenwerking. Wat ooit door afstand en richting werd bepaald, maakt zo plaats voor nabijheid en volwaardigheid: Curaçao en Nederland als twee broederlanden binnen ons gezamenlijke Koninkrijk.
We staan zodoende op een kruispunt. 2026 wordt een beslissend jaar. Het kan het jaar worden waarin we vasthouden aan business as usual — gewoon doorgaan, en hopen dat de wereld ons goedgezind blijft. Maar het kán ook het jaar zijn waarin we koers verleggen. Waarin we zeggen: wij bouwen samen aan een economie die divers is, veerkrachtig is en sociaal rechtvaardig is. Waarin we samen investeren in onderwijs, ondernemerschap en duurzame energie. Waarin we samen zorgen dat toerisme niet alleen groeit, maar ook duurzaam, beheersbaar en in balans blijft met de leefbaarheid van onze wijken en de bescherming van onze natuur. Zo houden wij ook in deze toekomst na de komma van Despensa i Pordon een stevige fundering voor onze kinderen en kleinkinderen, voor een tijdperk van hoop, ambitie en actie.
Dus laten we 2026 ingaan met drie dingen:
- hoop, omdat we zien wat we kunnen;
- realiteitszin, omdat we weten wat er moet gebeuren;
- en daadkracht, omdat dit het moment is om onze eigen toekomst vorm te geven.
Dit is onze verantwoordelijkheid
Afsluiting
Mag ik u allen vragen om samen mij het glas te heffen op een gezond en voorspoedig 2026 vol inspiratie en succes. Salu!